Mijn tumor heeft gevoel voor humor

Opzoek naar lotgenoten, hersenkanker

  • Binnenkort gaan Geer en ik lekker samen op vakantie.
    En eerlijk gezegd kijk ik daar enorm naar uit. Even geen ziekenhuizen, geen afspraken, geen onderzoeken, geen MRI’s en vooral even geen woorden als bestraling en uitslagen.

    Gewoon wij twee.
    Samen weg. ❤️

    Maar blijkbaar heeft mijn lichaam daar zo zijn eigen ideeën over…

    Want voordat de koffers überhaupt zijn ingepakt, staan er eerst nog een aantal onderzoeken op het programma. Allemaal in voorbereiding op de bestraling die na onze vakantie gaat beginnen.

    En hoewel ik mezelf meestal omschrijf als positief, met een flinke dosis humor en een gezonde hoeveelheid “we zien wel hoe het loopt”, merk ik dat mijn lichaam soms ineens op de rem trapt.

    Dan voel ik stress.

    Niet altijd in mijn hoofd. Soms zit het gewoon ergens in mijn lijf. Een gespannen gevoel, onrust, sneller geprikkeld zijn… en ineens zit ik even in die andere modus.

    De modus van:

    O ja… er komt natuurlijk nog iets aan.

    En dat is eigenlijk helemaal niet zo gek.

    Mijn hoofd kan namelijk best zeggen:
    Kom op Maan, vakantie! Lekker genieten!

    Maar mijn lichaam heeft blijkbaar een eigen agenda en denkt:

    Leuk hoor die vakantie, maar zullen we ondertussen alvast een beetje stressen over september? 😂

    Tja… daar valt natuurlijk moeilijk tegenop te plannen.

    En misschien hoef ik dat ook helemaal niet.

    Ik hoef tijdens mijn vakantie niet 24 uur per dag de meest positieve versie van mezelf te zijn. Ik hoef niet iedere dag te denken: wat een geluk, wat is het leven mooi! Soms mag ik ook gewoon even denken:

    Shit… ik vind dit spannend.

    Daarna mag ik mijn schouders weer laten zakken, mijn koffertje pakken en verdergaan.

    Want die onderzoeken komen wel.
    De bestraling komt wel.
    En alles wat daarna komt, zien we dan wel weer.

    Maar de vakantie is nú.

    Dus mijn nieuwe voornemen wordt:

    Niet alvast leven in september terwijl het nog augustus is.

    Niet iedere lichamelijke spanning meteen analyseren.

    Niet ieder klein stresssignaal veranderen in een compleet rampscenario.

    Maar vooral:

    Genieten van mijn Geer.
    Lekker samen weg.
    Koffie drinken.
    Lachen.
    Kijken waar de dag ons brengt.
    En misschien af en toe helemaal nergens aan denken.

    En als mijn lichaam tussendoor toch besluit om even stress te produceren?

    Dan geef ik het misschien gewoon een kopje koffie en zeg ik:

    Rustig maar jongen… je staat nog niet op de planning. 😂☕️

    Want ik heb inmiddels geleerd dat positief zijn niet betekent dat je nergens bang voor bent.

    Het betekent dat je ondanks die spanning steeds weer probeert terug te gaan naar het moment waarin je wél bent.

    En dat moment is nu.

    Vakantie. Samen. Wij. ❤️

    De rest komt later wel.

    En eerlijk gezegd…
    daar ben ik inmiddels best goed in geworden: één dag tegelijk.

  • Blijkbaar heb ik een nieuwe huisgenoot.

    Hij betaalt geen huur, drinkt mijn koffie niet op, maar is wél 24 uur per dag aanwezig.

    Zijn naam? Stress en of Spanning

    Sinds ik weet dat ik binnenkort mijn afspraak heb bij de radiologie om het stappenplan voor de bestralingen te bespreken, draait hij overuren.

    Van één ziekenhuisafspraak maakt hij een complete Netflix-serie. Inclusief cliffhangers, seizoen twee en een kerstspecial.

    “Wat als…” is zijn favoriete zin.

    Het grappige is dat mijn stress blijkbaar denkt dat hij radiotherapeut is geworden. Hij heeft het hele bestralingsplan in zijn hoofd al klaar. De enige die daar nog niets van weet… is de échte radiotherapeut.

    Toch zit er achter alle grapjes ook een serieuze kant. Natuurlijk ben ik gespannen. Het is weer een nieuw hoofdstuk en dat blijft gewoon spannend.

    Maar ik ken mezelf inmiddels ook goed. Zodra ik weet waar ik aan toe ben, komt de rust meestal vanzelf weer terug.

    Dus bij deze een vriendelijk verzoek aan mijn stress:

    “Neem gerust plaats in de wachtkamer… maar je bent echt veel te vroeg.”

    En tot die tijd? Geniet ik van mijn aankomende vakantie, een goede kop koffie, mijn creatieve uitspattingen en natuurlijk van mijn allerliefste Geer. Want dát zijn de momenten die mijn stress nooit van me afpakt.

    Dat is typisch stress en of spanning. Maar gelukkig heb ik ook een eigenschap die stress niet heeft: humor. En die wint verrassend vaak. ❤️

  • Aankomende september is het drie jaar geleden dat ik mijn diagnose kreeg. Er werd gesproken over drie tot zes maanden. Hoe leef je verder als iemand je vertelt dat de tijd misschien kort is?

    Ik besloot alles vast te leggen. Niet omdat ik wilde aftellen, maar omdat ik het leven juist wilde vasthouden. Bewuster dan ooit.

    Mensen zeggen weleens: “Ik stuur je een bloemetje.” Dan glimlach ik. Want ik heb niets met boeketten. Bloemen horen voor mij in een tuin. Daar waar ze groeien, bewegen met de wind en elk seizoen opnieuw laten zien hoe krachtig het leven is.

    Geef mij maar ballonnen, slingers en een berg confetti. Niet omdat alles altijd mooi is, maar omdat elk moment dat er wél is, gevierd mag worden.

    Vandaag gebeurde er iets bijzonders tijdens de dagbeleving.

    We gingen elkaars silhouet schilderen met aquarel. Niet kijken naar details, maar schilderen vanuit gevoel. Toen ik mijn schilderij zag, was ik even stil.

    “Het lijkt wel een glazen bol,” zei ik.

    Niet omdat er een glazen bol op het papier staat, maar omdat de schilder mij pas kort kent. Toch wist hij iets vast te leggen wat ik zelf moeilijk onder woorden kan brengen. Hij schilderde niet alleen mijn silhouet; hij schilderde mijn gevoel.

    Alsof hij dwars door mij heen keek.

    Dat is de kracht van kunst.

    Kunst laat niet altijd zien wat zichtbaar is. Soms laat het zien wat gevoeld wordt.

    Ik was er echt perplex van. Niet omdat het zo mooi geschilderd was – al vind ik dat ook – maar omdat ik mezelf erin herkende. De kwetsbaarheid. De zachtheid. Het licht. Alsof iemand zonder veel woorden zag wie ik werkelijk ben.

    Na drie jaar besef ik dat mijn diagnose niet bepaalt wie ik ben.

    Misschien heeft deze schilder mij wel iets laten zien wat ik zelf nog niet helemaal had gezien.

    Dat ik transparanter ben geworden.

    Dat ik minder verberg.

    Dat ik steeds meer durf te laten zien wie ik werkelijk ben.

    En misschien is dát wel de mooiste kunst.

    Niet wat er op papier staat.

    Maar wat het zichtbaar maakt.

  • Sinds ik in een WhatsApp-groep zit met lotgenoten, merk ik hoeveel steun en waarde het geeft om ervaringen met elkaar te delen. Je kunt er ontzettend veel informatie verzamelen, maar vooral ook herkenning vinden. Mensen begrijpen precies waar je doorheen gaan, zonder dat je alles hoeft uit te leggen.

    Wat ik zelf heel fijn vond om te horen, is dat meerdere lotgenoten goede ervaringen hebben met het bestralingsschema van 30 bestralingen met een lagere dosering per keer, in plaats van 15 bestralingen met een hogere dosering. Dat gaf mij extra vertrouwen dat ik, voor mijn gevoel, een goede keuze heb gemaakt.

    In onze groep heeft ongeveer de helft van de mensen weinig bijwerkingen ervaren met dit schema. Natuurlijk besef ik heel goed dat ieder lichaam anders reageert en dat iedereen de behandeling op zijn of haar eigen manier ervaart. Er zijn geen garanties en je kunt jezelf nooit één op één vergelijken met een ander.

    Toch doet het zoveel om de verhalen van anderen te horen. Niet omdat ze voorspellen hoe het bij mij zal verlopen, maar omdat ze hoop geven, geruststellen en laten zien dat je niet alleen bent.

    Het geeft mij veel vertrouwen voor het moment dat mijn bestralingen na mijn vakantie gaan beginnen. Ik weet dat ik mijn eigen pad zal bewandelen, maar de ervaringen van anderen geven me rust en het gevoel dat ik er niet alleen voor sta. Dat is misschien wel het mooiste wat lotgenoten elkaar kunnen geven. 💛

  • Soms denk je dat je de angst een beetje hebt leren kennen.

    Niet dat hij weg is, maar dat hij zachter is geworden. Dat hij niet meer elke minuut van de dag naast je loopt. Je leert weer lachen zonder meteen schuldgevoel te voelen. Je maakt plannen. Je geniet van een kop koffie in de zon. Je voelt je, al is het maar heel even, gewoon mens.

    En dan gaat de telefoon.

    Of je ziet een uitslag.

    Of je hoort de woorden: “We hebben toch een verdacht plekje gezien.”

    En ineens is alles weer anders.

    Maandag mag ik naar de oncologische radiologie. Er is een nieuw plekje gevonden in mijn hoofd. Gelukkig is er ook meteen iets anders gezegd: het is behandelbaar met bestralingen. Dat woord behandelbaar is een anker waar ik me aan vast probeer te houden. Maar eerlijk is eerlijk… de angst hoort dat woord soms helemaal niet. Die hoort alleen: er is iets nieuws.

    Mijn hoofd schiet direct weer alle kanten op. Alsof mijn lichaam alle rust die ik de afgelopen tijd voorzichtig had opgebouwd, in één klap vergeet.

    En toch…

    Als ik teruglees wat ik een tijdje geleden schreef, besef ik dat die woorden vandaag misschien wel net zo hard voor mezelf bedoeld zijn.

    Ik hoef niet te kiezen tussen hoop en angst.

    Ik mag bang zijn voor maandag.

    Ik mag verdriet voelen omdat er weer iets is gevonden.

    En ik mag tegelijkertijd dankbaar zijn dat er een behandeling mogelijk is.

    Die twee sluiten elkaar niet uit.

    Ik merk dat mijn leven inmiddels niet meer draait om wachten op een dag zonder angst. Misschien komt die dag nooit meer. Maar er zijn wél dagen waarop de angst niet alles bepaalt. Dagen waarop ik ondanks alles nog kan genieten van een knuffel, een gesprek, een wandeling of een lach.

    Misschien is moed ook niet dat je nergens meer bang voor bent.

    Misschien is moed simpelweg blijven opstaan, ook als je hart bonst. Blijven ademen als je hoofd overuren maakt. En blijven geloven dat er, zelfs midden in de onzekerheid, nog momenten zijn die het leven de moeite waard maken.

    Maandag weet ik meer.Vandaag weet ik alleen dit: Ik ben bang. Ik ben hoopvol.

    Ik leef. En voor vandaag… is dat genoeg.

  • Gisteren gebeurde iets kleins, maar het bleef de hele dag in mijn hoofd hangen.

    Er staat een belafspraak gepland. Ik wacht op uitleg, op duidelijkheid en op iemand die mij kan vertellen wat er nu precies speelt. Maar via het dossier van mijn huisarts zag ik al wat er besproken was. Het dossier was doorgestuurd voordat ik de uitleg had gekregen.

    Ik wist dus ineens iets, maar nog lang niet genoeg.

    Mijn eerste reactie was stress. Niet omdat ik geen informatie wil weten, juist niet. Ik ben nieuwsgierig. Als het over mijn gezondheid gaat, wil ik begrijpen wat er wordt gezegd en geschreven. Maar medische woorden zonder uitleg voelen anders. Ze blijven in je hoofd rondzingen. Je leest een paar zinnen en probeert zelf de rest van het verhaal in te vullen.

    En als je wacht op een telefoontje, is dat verhaal zelden geruststellend.

    Toch gebeurde er ook iets anders toen ik het dossier las. Ik zag dat er meerdere mogelijkheden worden besproken. Dat raakte mij, omdat mij ooit is verteld dat er geen andere behandeling mogelijk was. Ik had mij daar, hoe moeilijk ook, op ingesteld.

    Nu staat er ineens dat er opties zijn.

    Dat geeft hoop. Voorzichtig, want ik weet nog niet wat die opties werkelijk betekenen. Zijn het serieuze behandelingen? Zijn het mogelijkheden die nog onderzocht moeten worden? Is er echt iets veranderd? Of lees ik woorden die ik anders interpreteer dan bedoeld?

    Dat is de dubbele kant van een medisch dossier lezen. Het kan je angst geven, omdat je informatie krijgt zonder context. Maar het kan ook hoop geven, omdat je ziet dat er misschien meer besproken wordt dan je wist.

    Ik vind het jammer dat er wel een belafspraak gepland staat, maar dat ik de informatie al eerder kon lezen. Natuurlijk is het goed dat mijn huisarts op de hoogte is. Zorgverleners moeten informatie met elkaar delen. Maar voor mij als patiënt voelt het alsof ik een gesprek begin te horen zonder dat iemand mij vertelt waar het over gaat.

    Ik wil niet wegkijken van mijn dossier. Ik wil betrokken zijn bij mijn eigen zorg. Maar ik merk ook hoe belangrijk uitleg is. Een dossier is geen gesprek. Het zijn losse woorden en notities. Terwijl ik behoefte heb aan iemand die zegt: dit betekent het, dit weten we nog niet, en dit gaan we nu doen.

    Tot het telefoontje blijft het wachten. Met stress, met vragen, maar ook met een klein beetje hoop.

  • De thermostaat van ons lichaam bevindt zich in de hypothalamus, een klein gebied diep in de hersenen. Dit regelcentrum zorgt er normaal gesproken voor dat onze kerntemperatuur rond de 37 °C blijft. De meeste mensen hoeven daar nooit over na te denken; hun lichaam regelt dat vanzelf.

    Bij mij is dat anders. Door mijn ongeneeslijke aandoening in mijn hersenen werkt deze temperatuurregeling niet zoals het hoort. Mijn lichaam kan warmte en kou niet goed verwerken, waardoor ik het onverwacht heel warm of juist heel koud kan krijgen.

    Daarom helpen adviezen zoals “trek gewoon een trui aan”, “ga even in de zon zitten” of “drink een koud glas water” vaak niet. Het probleem zit niet in mijn kleding of de omgeving, maar in de manier waarop mijn hersenen mijn lichaam aansturen.

    Ik weet dat deze adviezen goed bedoeld zijn, en dat waardeer ik ook. Maar steeds opnieuw moeten uitleggen waarom ze in mijn situatie niet werken, kost veel energie. Energie die ik door mijn ziekte juist zo hard nodig heb.

    Daarom schrijf ik dit. Niet om medelijden te vragen, maar om begrip te creëren. Soms is luisteren waardevoller dan zoeken naar een oplossing. Niet alles is op te lossen, en dat is een werkelijkheid waar ik elke dag mee leef.


    Ik weet dat de meeste adviezen uit liefde en betrokkenheid worden gegeven. Daar ben ik dankbaar voor. Maar soms is het grootste cadeau niet een oplossing, maar begrip. Gewoon accepteren dat mijn lichaam anders werkt en dat ik mijn grenzen goed ken. Dat geeft mij meer rust dan welk goedbedoeld advies ook….

  • Soms denk ik dat ongeneeslijk ziek zijn en in de overgang zijn meer gemeen hebben dan je op het eerste gezicht zou denken.

    Nee, ik vergelijk de ernst van beide situaties niet. Maar wel het gevoel dat je lichaam plotseling zijn eigen leven lijkt te leiden.

    Wekenlang kan het redelijk gaan. Ik heb wat energie, de klachten zijn op de achtergrond aanwezig en ik durf zelfs voorzichtig plannen te maken. Dan denk ik: misschien blijft het even zo.

    Maar mijn lichaam heeft vaak andere ideeën.

    Pats boem💣

    De klachten zijn terug. Vermoeidheid slaat toe, mijn energie verdwijnt en alles wat vanzelfsprekend leek, kost ineens weer moeite.

    Met warme dagen merk ik dat misschien nog wel het sterkst.

    Waar anderen genieten van de zon, raakt mijn lichaam volledig van slag. Mijn interne thermostaat lijkt niet meer te weten wat hij moet doen. Ik krijg het warm, raak uitgeput, voel onrust en merk dat klachten veel harder binnenkomen dan normaal.

    Het is alsof mijn lichaam voortdurend probeert bij te sturen, maar de juiste stand niet meer kan vinden.

    Juist daarin herken ik iets van wat veel vrouwen in de overgang beschrijven. Die opvliegers, dat nachtzweten, dat gevoel dat je lichaam niet meer reageert zoals je gewend was. Het besef dat je niet altijd kunt voorspellen hoe je je over een uur zult voelen.

    De onvoorspelbaarheid is misschien wel het moeilijkste.

    Niet weten wanneer een slechte dag zich aandient. Niet weten hoeveel energie er morgen zal zijn. Plannen maken met een voorbehoud. Altijd rekening houden met het feit dat je lichaam op het laatste moment kan besluiten dat het anders loopt.

    Toch probeer ik niet alleen naar de moeilijke dagen te kijken.

    Juist omdat ik weet hoe snel alles kan veranderen, geniet ik bewuster van de momenten waarop het wel goed gaat. Een gesprek, een wandeling, een kop koffie in de schaduw of gewoon een dag waarop mijn lichaam een beetje meewerkt.

    Ik heb geleerd dat accepteren niet hetzelfde is als opgeven.

    Het betekent dat ik luister naar wat mijn lichaam aangeeft. Dat ik rust neem als dat nodig is. Dat ik de schaduw opzoek als de warmte te veel wordt. En dat ik mezelf niet kwalijk neem dat ik niet alles meer kan wat ik vroeger deed.

    Mijn lichaam en ik zijn niet altijd de beste vrienden.

    Maar we moeten het wel samen doen.

    Ook op dagen waarop de thermostaat weer eens besluit zijn eigen plan te trekken.

  • Toen ik begon bij Siena Centrum voor kunstzinnige dagbesteding en vaktherapie, merkte ik iets wat me diep raakte:
    ik was weer onder de mensen.

    Niet zomaar mensen om me heen, maar mensen bij wie ik mezelf mocht zijn. Mensen die begrijpen hoe het leven soms kan voelen, zonder dat alles uitgelegd hoeft te worden.

    Na een tijd van veel in mezelf zitten, voelde het bijzonder om weer samen te creëren, gesprekken te voeren en simpelweg aanwezig te zijn tussen anderen. Dat gaf warmte. Verbinding. Rust.

    Bij Siena vond ik niet alleen creatieve bezigheid, maar ook weer een stukje contact met de wereld om me heen.

    Ik geniet daar enorm van het werken met pastelkrijtjes, klei en aquarellen. Terwijl er mooie muziek klinkt, kan ik mijn gevoelens kwijt in kleuren en vormen. Soms ontstaan de mooiste dingen juist in stilte.

    Wat deze plek voor mij zo bijzonder maakt, is de sfeer van begrip en zachtheid. Je hoeft er niet perfect te zijn. Je mag gewoon komen zoals je bent.

    En misschien is dat wel het mooiste wat er is.