Mijn tumor heeft gevoel voor humor

Opzoek naar lotgenoten, hersenkanker

Het rouwen begon eigenlijk al heel snel.

In eerste instantie kreeg ik te horen dat ik nog maar drie tot zes maanden zou hebben. Dat is nu tweeënhalf jaar geleden.

Ik leef nog. Mijn situatie is stabiel.

Maar stabiel betekent niet zeker. Het betekent leven met voortdurende onzekerheid, met ongemakken, met een lichaam dat niet meer vanzelfsprekend is.

En ondertussen rouw ik.

Niet om iemand die ik verloren ben.

Maar om mezelf. Om mijn toekomst. Om alles wat ik langzaam moet loslaten.

Het moeilijkste is misschien wel dat het afscheid geen moment is. Geen duidelijke datum. Geen punt. Het is een proces dat zich uitstrekt over jaren. Een afscheid in slow motion.

Ik neem afscheid van mijn partner.

Van mijn dochters & leenkinderen.

Van mijn kleinkinderen.

Van zoveel mensen die ik liefheb.

En dat voelt bijna ondraaglijk, want mijn partner en ik… wij kunnen niet met elkaar, maar absoluut ook niet zonder elkaar. Er zit zoveel liefde tussen ons. Zo’n diepe verbondenheid. En juist dat maakt het vooruitzicht van loslaten zo pijnlijk.

Mensen zeggen vaak: “Maar je bent er toch nog?”

En dat klopt. Ik bén er nog. Ik lach nog, ik praat nog, ik leef nog.

Maar vanbinnen ben ik ook al aan het rouwen.

Om momenten die ik niet meer zal meemaken.

Om herinneringen die ik niet meer kan maken.

Om een toekomst die er anders uitziet dan ik ooit dacht.

Deze vorm van rouw zie je bijna nergens.

Er zijn geen rituelen voor. Geen kaarten. Geen woorden.

Alsof rouw pas mag bestaan als iemand er niet meer is.

Maar ik rouw terwijl ik leef.

En misschien is dat wel de meest eenzame vorm van rouw die er is.


Ontdek meer van Mijn tumor heeft gevoel voor humor

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Posted in

Plaats een reactie