Baaldagen – leven tussen aanvragen en proberen door te gaan
Sommige dagen beginnen al met een zucht. Niet omdat ik niet wil, maar omdat mijn lichaam en mijn hoofd niet altijd meer meewerken. Sinds ik ben afgekeurd, merk ik dat de baaldagen vaker komen. Dagen waarop alles net wat zwaarder voelt, waarop wachten, onzekerheid en grenzen extra hard binnenkomen.
Wachten op de Wmo
Ik heb een Wmo-aanvraag lopen. Of eigenlijk: meerdere. We hebben gebeld om te checken hoe het ervoor staat. De aanvraag is “in behandeling”. Dat zinnetje hoor ik inmiddels vaker dan me lief is. Er staat acht weken voor, we zitten nu op zeven weken, en toch kan het nog minimaal twee à drie weken duren. Natuurlijk gaat het bij ons weer mis – daar zijn we inmiddels aan gewend, zeggen we dan maar met een wrange glimlach.
Alsof dat nog niet genoeg is, moest ik voor een ander onderdeel opnieuw een Wmo-aanvraag doen. Waarschijnlijk had ik iets niet helemaal goed ingevuld. Je moet een korte omschrijving geven, maar je mag geen medische gegevens delen. Dat maakt het lastig: hoe leg je uit wat je nodig hebt, zonder te mogen zeggen waarom je het nodig hebt?
Op dit moment zijn er twee dingen in behandeling: een traplift en dagbesteding en parkeerplaats moeten we dus zelf naar de gemeente!!
Manlief had afgelopen vrijdag gebeld en kreeg te horen dat we voor de dagbesteding de aanvraag opnieuw moeten doen dan zou het bij elkaar gevoegd worden. Werd net gebeld door de gemeente dat klopt dus niet, traplift kan nog 2 a 3 weken duren en dan wordt er een casemanger aangewezen terwijl er nog niemand op bezoek is geweest. En dagbestending gaat waarschijnlijk 6-8 weken duren, terwijl de mevrouw in kwestie zei dat het zou worden toegevoegd aan het oude dossier.
Zelf oplossingen zoeken
Wat misschien het meest frustreert, is dat we ondertussen niet stil kunnen blijven zitten. Dus doen we zelf wat mogelijk is. Zo hebben we het bed naar boven verplaatst, zodat ik meer energie overhoud voor de rest van de dag. Dat soort aanpassingen helpen echt, maar ze kosten ook energie – energie die ik eigenlijk al moet verdelen.
Daarnaast heb ik duidelijk aangegeven dat ik behoefte heb aan dagbesteding. Niet alleen om bezig te zijn, maar vooral om onder de mensen te komen.
Van bezige bij naar stilzitten
Ik was altijd een bezige bij. Altijd aan het rommelen, bezig met hobby’s, dingen maken, regelen, doen. Thuiszitten is in het begin nog wel te doen, maar op de lange termijn breekt het me op. Ik merk dat ik steeds vaker baaldagen heb. Dagen waarop ik baal van mijn beperkingen, van het wachten, van het gevoel dat ik vaststa.
Ik héb hobby’s. Ik wíl dingen doen. Maar het lukt niet altijd meer zoals vroeger, en dat doet pijn. Niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal.
Leven met beperkingen
Het is niet makkelijk om te leven met beperkingen. Het is niet makkelijk om ongeneselijk ziek te zijn. Dat mag gezegd worden. Tegelijk probeer ik er het beste van te maken, ook al lukt dat niet elke dag.
Krijg steeds meer respect voor vele mensen, hoe doen ze dat toch allemaal, en het is al zo bijzonder je krijgt tussen de 3 a 6 maanden en ben al bijna 2,5 jaar verder daar ben ik al dankbaar voor.
Misschien is dit blog wel precies dat: een manier om het van me af te schrijven. Om te laten zien hoe het is om te leven tussen aanvragen, wachttijden en goede bedoelingen. Tussen willen en kunnen. Tussen hoop en baaldagen.
En misschien, heel misschien, herkent iemand anders zich hierin. Dan zijn die baaldagen in ieder geval niet helemaal voor niets geweest.

Plaats een reactie